Geschiedenis en ontwikkeling
CJC-1295 kwam voort uit een idee over medicijnafgifte, niet uit de zoektocht naar een nieuw hormoon. Het verhaal loopt van een Canadees lab begin jaren 2000 tot dopinglabs tien jaar later.
Het albumine-idee
De wetenschappers van ConjuChem wilden de levensduur van korte peptiden verlengen door ze aan albumine te koppelen, dat weken in het bloed blijft. Albumine heeft een vrije zwavelgroep op een van zijn bouwstenen, cysteïne 34, die kan reageren met een maleïmidegroep. Wie een maleïmide aan een peptide hangt, laat de twee na injectie aan elkaar binden.
De beste kandidaat in ratten
In 2005 meldde het bedrijf in Endocrinology dat het drie van zulke versies van GHRH(1-29) had gemaakt. De beste, CJC-1295, gaf ratten over twee uur vier keer zoveel groeihormoon als het ongewijzigde fragment en was na meer dan 72 uur nog in hun bloed aantoonbaar.
Eerste studies bij mensen
Daarna volgden twee gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies bij gezonde volwassenen van 21 tot 61 jaar, gepubliceerd in 2006. Eén injectie verhoogde groeihormoon minstens zes dagen en IGF-I tot elf dagen. Een aparte studie aan de University of Illinois onderzocht hoe het pulspatroon van groeihormoon veranderde.
Een studie die vroeg stopte
ConjuChem registreerde vervolgens een fase 2-studie bij mensen met hiv die overtollig buikvet hadden opgebouwd. Die begon in december 2005 met 120 geplande deelnemers. Het studieregister vermeldt de studie als beëindigd, met september 2006 als einddatum, en geeft geen reden. Geen enkele toezichthouder heeft het middel ooit goedgekeurd.
Een tweede leven online
Peptiden die nooit een geneesmiddel worden, kunnen toch door chemische leveranciers worden nagemaakt. In 2009 stuurden de Noorse politie en douane een als CJC-1295 verkocht product naar een dopinglab voor analyse, en een studie uit 2016 naar internetfora beschreef vrouwen die het gebruikten voor gewichtsverlies, spieren, huid en slaap. Antidopinglabs hebben sindsdien verschillende methoden gepubliceerd om het op te sporen.